Op 12 september 2011 start de nieuwe collegereeks van Big Images.
Om een idee te hebben van de inhoud van de colleges, staat hieronder het programma. De volgorde van de diverse colleges en de gastdocenten kunnen variëren.
Colleges worden gegeven op maandag het 7e en 8e uur.
Periode 12 september 2011 - 19 december 2011
PROGRAMMA
1. Inleiding; kijken als subjectieve ervaring
Wie niet blind is kan zien. Maar je bent vaak ziende blind tenzij je goed kijkt. Kennelijk is er een groot verschil tussen zien en kijken. Bij dit eerste college word je uitgenodigd om bewust te kijken en onder woorden te brengen wat je ziet. Omdat dit vaak lastiger is dan op het eerste gezicht lijkt, gaan we op zoek naar een denk-kader dat ons kan helpen om over beelden te praten.
Docent: Kees van Overveld
2. Het 8-lagenmodel (1; inleiding; fysica van het licht; de wisselwerking van licht met het verlichte object)
Het denk-kader dat de vorige keer werd geïntroduceerd, wordt verdiept. Het bestaat uit een aantal lagen en op elke laag vinden we bij elkaar horende eigenschappen van beelden. Op de onderste lagen hebben we te maken met de fysica van licht en verlichting. We gaan na hoe allerlei uiteenlopende visuele effecten allemaal begrepen kunnen worden vanuit de notie van ‘reflectie’.
Docent: Kees van Overveld
Vanaf ongeveer de 2e week wordt wekelijks huiswerk opgegeven. Een aantal van de opdrachten zijn mini-onderzoekjes waarin je wordt gevraagd de stof van het college toe te passen. Van deze opdrachten moet je er minstens 3 inleveren voor beoordeling; de deadline is steeds de maandag volgend op de uitreiking van de opdracht. Uitwerkingen van de opdrachten worden na het verstrijken van de deadline gepubliceerd zodat je zelf kunt nagaan hoe goed je de opdrachten gemaakt hebt. Bij de schriftelijke zitting moet je aangeven welke drie van je ingeleverde opdrachten zullen meetellen bij de beoordeling. Behalve de opdrachten die mini-onderzoekjes zijn worden ook andere huiswerkopdrachten opgegeven: die gaan over het doen van bijdragen aan het jigSaw systeem: een website met visuele associaties. Uitleg hierover volgt op het college. Ook voor je bijdragen aan jigSaw kun je beoordeeld worden. In totaal is de beoordeling:
* maximaal 5 punten voor het schriftelijk examen
* maximaal 3 punten voor de mini-onderzoekjes (huiswerkopdrachten)
* maximaal 2 punten voor je bijdragen aan jigSaw
3. Het 8-lagenmodel (2; geometrisch perspectief)
Lichtstralen kunnen voorgesteld worden als rechte lijnen. Willen wij iets zien, dan moeten al die rechte lijnen tezamen komen in de pupil van ons oog, of in de lens van een camera. We laten zien dat deze eenvoudige omstandigheid de oorzaak is van een verschijnsel dat vanaf het begin van de schilderkunst een bepalende rol heeft gespeeld voor de mate van realisme waarmee taferelen afgebeeld werden: het geometrisch perspectief.
Docent: Kees van Overveld
4. Het 8-lagenmodel (3; bemonstering van licht in plaats en kleur)
De bundel lichtstralen die ons oog of een camera treffen bevatten een heleboel informatie over de wereld ‘buiten’. Om die informatie te kunnen ontcijferen moet echter ten eerste de vraag beantwoord worden: ‘welke kleur zit waar’? Immers, als overal dezelfde kleur waargenomen zou worden zou van ‘zien’ geen sprake zijn. Deze vraag introduceert twee maal de notie van sampling oftewel bemonstering: een mechanisme dat zowel in ons oog als in moderne beeldapparatuur een centrale rol inneemt: we bemonsteren (meten) een lichtverdeling waardoor het begrip 'kleur' zijn intrede doet. Kleur is niet constant in een beeld: kleurveranderingen laten de noties van textuur en vorm ontstaan.
Docent: Kees van Overveld
5. Het 8-lagenmodel (4; textuur en vorm)
Doordat niet overal dezelfde kleur wordt waargenomen, ontstaan patronen. Die patronen kunnen op twee schalen gedefinieerd worden: de ene noemen we textuur (denk aan het verschil tussen hoe oppervlakken van zand, hout , steen, … eruit zien), de andere noemen we vorm. Het waarnemen van textuur is deels te begrijpen van wat we op de vorige laag geleerd hebben; deels worden een aantal belangrijke nieuwe noties geïntroduceerd (zoals oriëntatie, schaal en randen) die van groot belang zullen blijken bij de lagen die later komen.
Docent: Kees van Overveld
6. Het 8-lagenmodel (5; beelden als projecties van een 3-D ruimte)
Kleur, textuur en vorm zijn eigenschappen van het vlakke beeld. Veel van wat wij zien is echter afkomstig uit de 3-dimensionale wereld waarin wij leven. Deze ruimtelijkheid, en de reductie naar 2 dimensies in een plat plaatje of op ons netvlies, heeft grote consequenties. Het begrip van deze consequenties is essentieel voor kunstenaars en kunstbeschouwers, maar ook voor beeldtechnologen, perceptie-deskundigen en verder iedereen die wil weten wat hij ziet.
Docent: Kees van Overveld
7. Het 8-lagenmodel (6; objecten in beeld)
In dit college komt ‘het object’ aan de orde. Op de vraag ‘wat zie je’ komt meestal de aanduiding van het één of andere object (‘ik zie een appel, een kangoeroe of een muizeval’), maar we staan zelden stil bij de vraag wat een object eigenlijk is. Het zal dan ook blijken dat deze vraag een hele vracht aan filosofische subtiliteiten overhoop haalt, maar gelukkig is er een simpele uitweg die in veel gevallen afdoende werkt.
Docent: Kees van Overveld
8. Het 8-lagenmodel (7+8: relaties en betekenis)
Beelden die objecten bevatten hebben meestal betekenis ten gevolge van de relatie tussen die objecten. We bekijken op wat voor manieren objecten relaties kunnen aangaan. Onder andere maken we kennis met de Gestalt-principes. Ook behandelen we in dit college de de manier waarop beelden betekenis kunnen overdragen: dat is het vakgebied van de semiotiek.
Docent: Kees van Overveld
9. Gastcollege: Beeldbewerking in medische toepassingen
Moderne beeldbewerkingstechnieken zijn steeds vaker geïnspireerd door wat we beginnen te ontdekken over de werking van het menselijke visuele systeem. In dit college komen enkele van die werkingsprincipes aan bod en er worden voorbeelden getoond van state-of-the-art toepassingen, met name in de medische beeldbewerking.
Docent : Prof. dr. ir. Bart ter Haar Romeny
10. Verdieping 1: rekenen aan projecties
Veel aspecten van beelden kunnen kwantitatief begrepen worden. Dat is onder andere relevant voor robotica, remote sensing, architectuur,medische toepassingen, forensische toepassingen, en moderne Internettoepassingen zoals Google Maps. Dit eerste verdiepingscollege kijken we naar perspectief: hoe kunnen we uit 2D beelden de 3D wereld reconstrueren?
Docent: Kees van Overveld
11. Gastcollege 3: Aspecten van Kunstgeschiedenis
In de kunstgeschiedenis worden o.a. vragen gesteld zoals ‘is dit schilderij geschilderd door schilder X of door schilder Y’, of ‘in welk jaar is dit werk vervaardigd’, of ‘hoe zou dit schilderij eruit hebben gezien voor de verf door de tand des tijds verkleurde’. Tegenwoordig wordt bij hoe langer hoe meer van dit soort onderzoeken gebruik gemaakt van methoden uit de informatica. De bewerking van beelden met de bedoeling om kunsthistorische vragen te beantwoorden is een fascinerend voorbeeld waar verschillende disciplines rondom ‘beelden’ elkaar treffen.
Docent : Dr. Ir. J. van der Lubbe
12. Verdieping 2: rekenen aan kleuren en sampling
Dit tweede verdiepingscollege kijken we naar kleur en sampling: kleurencoordinaten, kleurentransformaties, en de beperkingen van sampling
Docent: Kees van Overveld
